Paniek op de Dam – het ontstaan van problematisch massagedrag
De theorie van massagedrag
Om het gedrag van de mensen op de Dam te kunnen begrijpen, moet men allereerst beseffen, dat mensen in een massa anders reageren dan wanneer ze alleen zijn. Vroeger dachten psychologen dat een massa zich als één mentale eenheid gedraagt. Elke individualiteit verdwijnt. Een massa is bovendien intellectueel en moreel minder vaardig dan elk individu apart. Een massa handelt irrationeel en impulsief. Dit komt omdat een mens in een massa elk eigen verantwoordelijkheidsgevoel verliest. Een mooi voorbeeld hiervan is het ‘bystander effect’: als binnen een grote groep mensen een persoon hulp behoeft, is de kans dat hulp geboden wordt kleiner dan wanneer er maar enkele mensen in buurt zijn. Een andere oorzaak van het verlies van individualiteit in een massa is de behoefte van ieder mens om bij een groep te horen. Als je tegen de wil van de groep in handelt, zou het gevolg kunnen zijn dat je wordt uitgesloten en alleen komt te staan.
Volgens nieuwere psychologische theorieën is het iets ingewikkelder. Het gedrag van een massa hangt af van drie factoren: Sociale omstandigheden, dus bijvoorbeeld of een massa een groot samenhorigheidsgevoel heeft. Persoonlijkheidseigenschappen van de individuele groepsleden. En situationele factoren, dus de omgeving waarin de massabijeenkomst plaatsvindt. Door deze drie factoren te analyseren is het mogelijk een publieksprofiel op te stellen. Op basis hiervan kan men voorspellen hoe een massa zich gaat gedragen.
De kracht van informatie
Een krachtige situationele factor is de beschikbaarheid van informatie. Als er iets in de massa gebeurt, is vaak het gedrag van de andere mensen de enige bron van informatie. Met andere woorden: als je niet weet wat je moet doen, doe je maar wat de rest ook doet. Een mens heeft namelijk de neiging om te denken dat andere mensen alles met een bepaald doel doen. Als je in een groep mensen staat, waarvaan sommigen beginnen te rennen, denk je dat die mensen weten waarom ze dat doen. Als je verder geen informatie hebt, is de beste keuze om ook maar te gaan rennen. Volgens Hans van de Sande, Hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen, is de beste manier om de massa te doen stoppen daarom het verstrekken van informatie. De ceremoniemeester op de Dam deed dit tijdens het incident door te zeggen dat er iemand onwel was geworden.
De bron van paniek
Nu weten we waarom mensen met een massa meegaan en hoe je kunt zorgen dat een problematisch gedrag van de groep stopt. Maar het groepsgedrag moet ook ergens beginnen, er moet een initiator zijn. Een bron van massagedrag. Bij het incident op de Dam was de bron zeker de man die tijdens de stilte begon te schreeuwen. Maar ook de mensen die riepen dat er een bom was, hadden eraan bijgedragen. Om de bron van massapaniek weg te halen, stellen organisatoren van massabijeenkomsten gedragsregels op en nemen veiligheidsmaatregelen. Bijvoorbeeld mogen bepaalde gevaarlijke objecten niet mee het terrein op of worden dronken mensen bij de ingang geweerd. Mocht er dan toch een problematische situatie ontstaan, is het verspreiden van geruststellende tegenberichten het meest effectief. Speel direct in op de informatiebehoefte, maar blijf wel eerlijk, luidt het advies van Professor Van de Sande. De onwel-mededeling van de ceremoniemeester was effectief maar zit op het randje van liegen, en daarvoor moet de overheid waken. Van de Sande benadrukt dat autoriteiten voorzichtig in hun woordkeuze moeten zijn. Door de juiste woorden te kiezen kom je overtuigend over. En uiteindelijk luisteren de mensen naar diegene die het meest overtuigend communiceert.
