Zoutloos dieet voor wegverkeer
De collega’s bij het NCC en Rijkswaterstaat waren er druk mee. Dan weer was er een tekort aan strooizout, dan weer niet. Hoe zit het nu eigenlijk met dat strooizout? En wat gebeurde er in Den Haag?
Waarom is er een tekort?
Door het langdurige winterweer met veel neerslag is deze winter al ruim anderhalf keer zoveel strooizout gebruikt als normaal in een jaar. De voorraden raken daardoor zowel bij gemeenten en provincies als bij Rijkswaterstaat uitgeput. Om deze voorraden aan te vullen moet meer strooizout worden gewonnen of geïmporteerd. Tegelijkertijd houdt het winterweer aan dus het wordt gelijk uitgestrooid. Hierdoor kunnen de buffers niet groeien.
Hé, is het er nu weer wel?
Doordat de voorraden niet voldoende kunnen worden aangevuld, blijft het moment dat het strooizout écht op is dichtbij. Om Nederland zich goed voor te laten bereiden, moet je dat tijdig naar buiten brengen. Gelukkig kan dat moment steeds worden vooruitgeschoven door extra aanvoer te regelen. Dat leidt helaas wel tot een verwarrend beeld: ‘het zou toch vandaag op zijn?’. Daarom is de communicatieboodschap hierop aangepast: wees alert, het blijft spannend.
Waarschuwen
Het strooibeleid en daarmee de grootte van de voorraad strooizout is voor een groot deel afhankelijk van het weer. Omdat dit van dag tot dag verschilt en ons af en toe verrast, is het niet gemakkelijk om vroegtijdig te waarschuwen. Net als met een weeralarm en een verkeeralarm zal het maximaal een dag van tevoren zijn.
Strooit het NCC nu ook?
Het begaanbaar houden van de wegen is een taak van Rijkswaterstaat. Het NCC speelt hierin geen rol. Wanneer de wegen niet open kunnen worden gehouden, dreigt een situatie waarin de maatschappij ontwricht kan raken. Bij het voorkómen hiervan speelt het NCC wel een rol, door het in kaart brengen van de mogelijke effecten en het coördineren van maatregelen. Maar ook het faciliteren van de afstemming tussen de verschillende ministeries, is een taak van het NCC. En natuurlijk is het NCC adviseur op het gebied van risico- en crisiscommunicatie.
Ontwrichting
Wanneer de wegen niet meer, of alleen zeer beperkt toegankelijk zijn, dreigt maatschappelijke ontwrichting. Vooral wanneer deze situatie enkele dagen aanhoudt. Dit kan betekenen dat mensen niet naar hun werk kunnen, supermarkten niet kunnen worden bevoorraad, hulpdiensten niet kunnen uitrukken, de thuiszorg niet bij de patiënten langs kan en dat boeren hun melk niet kunnen afvoeren. Kortom: Nederland valt stil. Voor sommigen betekent dit ijsvrij, maar in zijn algemeenheid betekent dit voor Nederland aanzienlijke (economische) schade. Voor het NCC betekent dit dat het verder gaat dan alleen een verkeersprobleem. Namelijk dat afstemming in de acties en communicatie van ministeries nodig is. Maar ook dat gemeenten en veiligheidsregio’s moeten worden gewaarschuwd, zodat ze maatregelen kunnen nemen.
Maatregelen
Het weer kan niet worden beïnvloed, maar bij Rijkswaterstaat is alles uit de kast gehaald om het bereiken van de bodem van de strooizoutvoorraad uit te stellen. Bestaande en nieuwe contracten voor zoutlevering zijn volledig benut. Door een vergunning van Economische Zaken is de productiecapaciteit van één van de leveranciers aanzienlijk vergroot. Dit alleen geeft echter geen oplossing. Het opvoeren van de binnenlandse productie is beperkt mogelijk, maar niet voldoende om aan de vraag te voldoen. Importeren uit het buitenland kan wel, maar Nederland is niet het enige land dat om zout vraagt. Ook duurt het even voordat het zout hier is. Een zoutloket is ingericht voor de verdeling van het beschikbare strooizout. In dit zoutloket wordt door Rijkswaterstaat samengewerkt met andere wegbeheerders.
Vooruitkijken
Onder leiding van het NCC is ook vooruitgekeken. Als het zout écht op is moet Nederland daarop voorbereid zijn. Dat voorbereiden, daar is tijd voor nodig. Samen met andere ministeries is daarom vroegtijdig onderzocht welke maatregelen moeten worden getroffen om Nederland draaiende te houden.
Conclusie
Kortom, het strooizouttekort is zeker niet iets om lacherig over te doen. Het is een zeer serieuze dreiging met verstrekkende gevolgen, mocht het tot een echte crisis uitgroeien. In interdepartementale en interregionale samenwerking wordt er alles aangedaan om dat te voorkomen. En we proberen daarnaast nu al de gevolgen zo goed mogelijk in te schatten en te onderkennen, voor het geval het toch mocht uitgroeien tot een crisis die het hele land zal raken.
© NCC 2010 | Anja van Dam, Nationaal CrisisCentrum
